BIOGRAFIE EMIEL RAMOUDT



Foto: omslag van hulde- en herinneringsboek
‘Mens zonder grens’




Emiel en Betty als jong paar,
op reis in Zuid-Frankrijk’










Emiel Ramoudt werd op 28 september 1924 geboren als eerste kind van Jozef Ramoudt en Maria Vanbeselaere. Hij had nog een vier jaar jongere broer Ernest, die inmiddels ook is overleden en gehuwd was met Jacqueline Dewachter, gewezen gemeenteraadslid. Het gezin Ramoudt woonde aan de Stokerijstraat in de wijk Barnum.

Miel liep lagere school in de Stadsjongensschool aan de Brugsesteenweg. Toen al bleek hij een ‘opsteltalent’, want hij was amper 14 toen al een opstel van hem in de krant verscheen.

Na de lagere school trok hij naar de VMS en daarna studeerde hij twee jaar literatuur en talen aan de universiteit van Rijsel. Ondertussen ging hij in 1942 ook aan de slag als bediende in de Kredietbank. Die bezigheid werd in 1944 echter pijnlijk onderbroken door zijn deportatie naar Duitsland. Hij werd verplicht tewerkgesteld in een fabriek in Venusberg, een dorpje in het Ertzgebergte. Een traumatische ervaring die hem ertoe aanzette zijn enige roman te schrijven, genoemd naar het bewuste dorp.*

Na zijn terugkeer in 1945 werkte hij eerst drie jaar voor Intercom en vanaf 1949 tot 1964 verzorgde hij de muziekprogramma’s in de toenmalige Radiodistributie. Emiel had trouwens zelf muzikale aanleg. In zijn jeugd bespeelde hij de bas in een danscombo. Later werkte hij mee met het operettegezelschap Kunst Veredelt en schreef zelfs twee libretto’s voor evenveel operettes : Het Meisje van Damme en Lied der Meeuwen, waarvoor Willy Ostyn telkens de muziek componeerde.

In 1952 trouwde hij met Albertina Feys, kapster van beroep en later lerares in die discipline in het toenmalige RITO. Het paar kreeg drie kinderen: Machteld (welbekend als actrice), Michiel en Maarten.



Nadat hij eerst als losse medewerker heel wat bijdragen had verzorgd in De Weekbode, trad hij er in 1964 in vaste dienst als redacteur, om er later hoofdredacteur te worden. Tegelijk werkte hij als freelancer mee aan de radio-uitzendingen van BRT2 West-Vlaanderen, waarvoor hij ook een zestal luisterspelen schreef. Tijdens zijn journalistieke periode heeft hij in Roeselare enorm veel initiatieven genomen die het maatschappelijke leven van de stad hebben gestimuleerd. Zo was hij o.a. medestichter van de Stichting Alfons Blomme, van de Gilde der Erepoorters en van de Maten van Peegie.

Later raakte hij geobsedeerd door de parapsychologie en de paranormale verschijnselen. Hij zamelde over het onderwerp een unieke bibliotheek bij elkaar, nam talrijke interviews af van mensen die iets ‘abnormaals’ hadden beleefd, maakte er een radioreeks van en schreef een en ander neer in een boek getiteld ‘Mens zonder grens’. Zelfs bij de BRT-televisie zag men in dit raadselachtige onderwerp ‘brood’ voor een wetenschappelijk onderbouwde serie. Het is terwijl hij in de BRT-studio’s in Brussel aan de voorbereiding van deze reeks ging meewerken dat hij er plotseling overleed op 4 oktober 1988.

Eric Pinket


* Bij het boek ‘Venusberg’ inspireerde Emiel zich op het dagboek van zijn kampgenoot Sylvain Schrauwen uit Ruddervoorde, een vaak vermelde figuur in de roman. De zoon van deze laatste, Dominiek, maakte een lied, eveneens getiteld ‘Venusberg’ ter ere van zijn vader. Daarin vernoemt hij het boek. Het lied is te beluisteren via deze link.

In 1987 werd de 5de Blommeprijs
uitgereikt. Bij die gelegenheid werd
samengewerkt met de handelaren-
vereniging van de Ooststraat om
een aantal van de ingestuurde
kunstwerken in de etalages van de
winkels te plaatsen. Op de foto
poseert het bestuur van de
Stichting Blomme – Miel incluis -
met een afvaardiging van de handelaars van de Ooststraat.